ECLI:NL:RBSGR:2000:AA6796
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toekenning machtiging tot voorlopig verblijf op grond van artikel 8 EVRM wegens langdurige gezinshereniging
Eiser, een Somalische nationaliteit dragende vreemdeling, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf om bij zijn in Nederland verblijvende echtgenote te kunnen verblijven. De aanvraag werd door de Minister van Buitenlandse Zaken geweigerd op grond van het Nederlandse toelatingsbeleid dat een duurzaam en zelfstandig bestaan van de referent vereist.
Eiser stelde zich op het standpunt dat hij recht heeft op verblijf op grond van artikel 8 EVRM Pro, dat het recht op respect voor het familie- en gezinsleven beschermt. De rechtbank oordeelde dat er sprake is van family life tussen eiser en zijn echtgenote en kinderen, maar dat door het ontbreken van verblijf in Nederland geen inmenging in de zin van artikel 8, tweede lid, EVRM is. Desondanks moet een belangenafweging plaatsvinden tussen het individuele belang en het algemene belang.
De rechtbank nam daarbij mee dat de echtgenote van eiser door traumatische omstandigheden niet in staat is om aan het middelenvereiste te voldoen en dat de langdurige scheiding van negen jaar en het feit dat de zoon van tien jaar zijn vader niet kent, zwaarwegende belangen zijn. Deze belangen wegen zwaarder dan het beleid van een restrictief toelatingsbeleid.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de weigering en beval de Minister om binnen tien weken opnieuw te beslissen met inachtneming van de uitspraak. Tevens werden de proceskosten en griffierechten aan eiser toegewezen.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de weigering van de machtiging tot voorlopig verblijf en beveelt hernieuwde besluitvorming met inachtneming van artikel 8 EVRM.