ECLI:NL:RBSGR:2000:AA6810
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen uitzetting wegens ontbreken verblijfsvergunning humanitaire aard
Verzoeker, van Azerbeidzjaanse nationaliteit, heeft na uitgeprocedeerd te zijn op zijn asielaanvraag in 1994, alles in het werk gesteld om een laissez-passer te verkrijgen om terug te keren naar Azerbeidzjan. Ondanks medewerking aan de Immigratie- en Naturalisatiedienst en aanvragen bij Azerbeidzjaanse autoriteiten, is geen laissez-passer afgegeven en is de identiteit en nationaliteit van verzoeker nog in onderzoek.
Verzoeker vraagt om een voorlopige voorziening om uitzetting te schorsen en een verblijfsvergunning op humanitaire gronden toe te kennen, omdat terugkeer onmogelijk zou zijn. Verweerder stelt dat verzoeker lange tijd niet heeft meegewerkt en dat geen bijzondere hardheid is gebleken die het mvv-vereiste zou doen vervallen.
De rechtbank oordeelt dat het niet vaststaat dat toelating tot Azerbeidzjan onmogelijk is en dat de situatie van verzoeker geen bijzondere hardheid oplevert. Ook is niet gebleken dat het primaire besluit niet zorgvuldig is voorbereid. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen.
Er is geen reden om proceskosten toe te wijzen en tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de uitzetting wordt niet geschorst.