ECLI:NL:RBSGR:2000:AA6811
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortzetting vrijheidsontnemende maatregel bij weigering toegang Nederland en asielaanvraag
De vreemdeling, van Nepalese nationaliteit, werd op 2 april 2000 bij aankomst op Schiphol de toegang tot Nederland geweigerd wegens het ontbreken van geldige reisdocumenten. Vervolgens werd een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd op grond van artikel 7a van de Vreemdelingenwet. Op 3 april 2000 diende de vreemdeling een asielaanvraag in.
Verweerder besloot de maatregel voort te zetten omdat nader onderzoek naar identiteit en asielmotieven noodzakelijk was, mede vanwege de verklaring van de vreemdeling dat hij ongeveer negen personen in zijn land van herkomst had vermoord. De rechtbank overwoog dat het beleid neergelegd in de Vreemdelingencirculaire 1994, hoofdstuk B7/14, vierde gedachtestreepje, niet van toepassing was op deze situatie, maar dat verweerder op grond van zijn algemene bevoegdheid de maatregel mocht voortzetten.
De rechtbank oordeelde dat de belangen van de openbare orde en criminele antecedenten zwaarwegend zijn en dat verweerder voldoende gemotiveerd heeft afgeweken van het algemene uitgangspunt. Tevens was er geen sprake van onvoldoende voortvarendheid in de behandeling van de asielaanvraag. Het beroep van de vreemdeling werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de voortzetting van de vrijheidsontnemende maatregel wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.