ECLI:NL:RBSGR:2000:AA6812
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.J.S. Korteweg-Wiers
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige vrijheidsontneming vreemdeling en toekenning schadevergoeding
De vreemdeling, van Gambiaanse nationaliteit, werd op 28 maart 2000 op Schiphol de toegang tot Nederland geweigerd en werd een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd. De vreemdeling diende een aanvraag om vluchtelingenstatus in, welke door de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) werd afgewezen wegens kennelijke ongegrondheid. De maatregel werd gehandhaafd, maar er ontstond onduidelijkheid over de opheffing ervan na een mislukte verwijderingspoging naar Kameroen.
De rechtbank oordeelt dat de maatregel nooit formeel is opgeheven en dat de kennisgeving van de maatregel buiten de wettelijk gestelde termijn is gedaan. Hierdoor is de vrijheidsontnemende maatregel onrechtmatig geworden. De rechtbank bepaalt dat de bewaring per 19 mei 2000 moet worden opgeheven.
Daarnaast kent de rechtbank de vreemdeling een schadevergoeding toe van 150 gulden per dag over 16 dagen vanwege het regime in het Huis van Bewaring. Tevens worden de proceskosten van 710 gulden aan de vreemdeling toegekend, te voldoen door de Staat der Nederlanden. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het Gerechtshof te 's-Gravenhage.
Uitkomst: De vrijheidsontnemende maatregel is onrechtmatig en wordt opgeheven met toekenning van schadevergoeding en proceskosten aan de vreemdeling.