ECLI:NL:RBSGR:2000:AA6813
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning op grond van onvoldoende gewetensbezwaar bij dienstweigering
Eiser, van Turkse nationaliteit en behorend tot de Koerdische bevolkingsgroep, verzocht om een verblijfsvergunning. Deze werd geweigerd omdat hij geen gehoor gaf aan de oproep tot militaire dienst in Turkije. De kern van het geschil was of eiser een reëel risico loopt op een behandeling die verboden is op grond van artikel 3 EVRM Pro, vanwege zijn weigering dienst te nemen uit gewetensbezwaren.
De rechtbank overwoog dat de enkele inzet tegen het eigen volk of familie onvoldoende is om vluchtelingenstatus te verkrijgen. Er moet sprake zijn van sterke banden met het eigen volk of familie die het gewetensbezwaar rechtvaardigen. Eiser kon echter geen wezenlijke informatie verstrekken over zijn Koerdische achtergrond, noch had hij politieke of culturele activiteiten ontplooid die een sterke band zouden aantonen.
Hoewel de Koerdische cultuur en taal in Turkije worden onderdrukt, achtte de rechtbank het niet aannemelijk dat eiser een zodanige verbondenheid heeft dat zijn weigering van militaire dienst een gegrond gewetensbezwaar vormt. Tevens werd het beroep op vermindering van het griffierecht afgewezen. Het beroep werd ongegrond verklaard en de weigering van de verblijfsvergunning gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard.