ECLI:NL:RBSGR:2000:AA6814
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Th.C.M. Hendriks-Jansen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen afwijzing vluchtelingenstatus en verblijfsvergunning
Eiser, een Guinese vreemdeling, verzocht om toelating als vluchteling en om een verblijfsvergunning op humanitaire gronden. Verweerder wees deze aanvragen af wegens kennelijke ongegrondheid en verleende slechts een tijdelijke verblijfsvergunning als alleenstaande minderjarige asielzoeker. Eiser maakte bezwaar tegen deze besluiten, maar dit bezwaar werd niet-ontvankelijk verklaard omdat de gronden van het bezwaar niet binnen de gestelde termijn waren aangeleverd.
De rechtbank overwoog dat het bezwaarschrift onvoldoende was gemotiveerd en niet voldeed aan de eisen van artikel 6:5 Awb Pro, omdat eiser niet concreet inging op de argumenten van verweerder. Een latere aanvullende indiening van gronden kon niet worden aangetoond. Daarnaast concludeerde de rechtbank dat eiser geen vluchteling was in de zin van het Vluchtelingenverdrag, omdat hij geen specifieke vervolgingsdreiging kon aantonen.
De rechtbank stelde vast dat geen sprake was van een schending van het non-refoulementbeginsel en dat er geen klemmende humanitaire redenen waren voor een verblijfsvergunning zonder beperkingen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het besluit van verweerder bleef in stand.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar blijft in stand.