ECLI:NL:RBSGR:2000:AA6825
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid officier van justitie wegens ontbreken toestemming burgerpseudo-koop
Op 20 juli 2000 vond de terechtzitting plaats bij de politierechter te 's-Gravenhage in een zaak tegen een verdachte die werd verdacht van overtreding van de Opiumwet. De zaak draaide om een burgerpseudo-koop waarbij een derde, niet zijnde opsporingsambtenaar, verdovende middelen van de verdachte kocht zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de officier van justitie.
De politierechter overwoog dat de voorwaarden van artikel 126ij Sv niet waren nageleefd, omdat geen schriftelijke toestemming was gegeven en geen overeenkomst tussen de officier van justitie en de derde bestond. Hierdoor was sprake van een niet te herstellen vormverzuim en was de officier van justitie niet-ontvankelijk in zijn vervolging.
De getuigenverklaringen bevestigden dat de burgerpseudo-koop had plaatsgevonden, maar de politierechter achtte dit onvoldoende om de vervolging voort te zetten. Het inbeslaggenomen geld werd aan de verdachte teruggegeven. De verdediging had ook aangevoerd dat het bewijs onrechtmatig was verkregen en dat de verdachte niet de macht over de drugs had, maar deze verweren werden niet inhoudelijk behandeld vanwege de niet-ontvankelijkheid.
Uitkomst: De officier van justitie is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van voorafgaande schriftelijke toestemming voor de burgerpseudo-koop.