ECLI:NL:RBSGR:2000:AA6892
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- EH. de Jong- van Dooijeweert
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek om opvang voor asielzoekster ondanks eerdere aanvraag
Verzoekster, een Somalische vrouw, diende op 22 oktober 1999 een asielaanvraag in nadat zij in 1996 naar Somalië was teruggekeerd. Hoewel zij eerder in 1995 een asielaanvraag had ingediend die was afgewezen, stelde zij dat haar nieuwe aanvraag gebaseerd was op nieuwe feiten en veranderde omstandigheden die haar recht op opvang rechtvaardigen.
De Staatssecretaris van Justitie weigerde verzoekster aan te melden bij het COA voor opvang, stellende dat artikel 4 lid 2 van Pro de Regeling verstrekkingen asielzoekers (RVA) bepaalt dat bij een tweede asielaanvraag geen recht op opvang bestaat, tenzij er sprake is van schrijnende humanitaire omstandigheden. Verzoekster verbleef tijdelijk in een tehuis voor dak- en thuislozen en dreigde op straat te worden gezet.
De rechtbank oordeelde dat de tweede aanvraag van verzoekster niet als zodanig mag worden aangemerkt omdat zij niet eerder de gelegenheid had gehad haar gronden naar voren te brengen. De interpretatie van de Staatssecretaris strookt niet met het doel van de RVA. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening toegewezen en werd de Staatssecretaris opgedragen verzoekster te melden bij het COA voor opvang.
Uitkomst: Verzoekster wordt toegelaten tot opvang via het COA ondanks eerdere asielaanvraag.