ECLI:NL:RBSGR:2000:AA6893
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- M.A.A. Mondt-Schouten
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening tegen uitzetting verzoekster uit Libanon wegens asielaanvraag
Verzoekster, afkomstig uit Libanon en behorend tot de Palestijnse bevolkingsgroep, heeft asiel aangevraagd in Nederland nadat haar echtgenoot vanwege problemen met Islamitische groeperingen naar Engeland was uitgeweken en daar asiel had aangevraagd. Zij was op 23 december 1999 Nederland binnengekomen en meldde zich pas op 27 december 1999 bij de marechaussee om asiel aan te vragen.
De rechtbank oordeelt dat verzoekster zich niet onverwijld heeft gemeld zoals vereist in artikel 15b, eerste lid, aanhef en onder f, van de Vreemdelingenwet, maar acht haar verklaring over de verwarring omtrent haar locatie acceptabel. De aanvraag werd niet-ontvankelijk verklaard, maar de rechtbank stelt dat de inhoudelijke asielmotieven verder onderzocht moeten worden.
Gezien de omstandigheden is er een redelijk vermoeden dat verzoekster vervolging door Islamitische groeperingen in Libanon te vrezen heeft, mede vanwege de situatie van haar echtgenoot. Daarom wordt de voorlopige voorziening toegewezen, waardoor uitzetting wordt voorkomen totdat op het bezwaar is beslist. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De rechtbank gelast dat verzoekster niet wordt uitgezet totdat op het bezwaar is beslist en wijst het verzoek om voorlopige voorziening toe.