ECLI:NL:RBSGR:2000:AA6914
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.F.M.J. Schröder
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Pakistaanse Ahmadiyya vanwege binnenlands vestigingsalternatief
Eiser, een lid van de Ahmadiyya-geloofsgemeenschap uit Pakistan, vreesde vervolging vanwege zijn godsdienstige overtuiging en vroeg asiel aan in Nederland. Hij stelde dat hij in Pakistan werd bedreigd, mishandeld en opgepakt vanwege zijn activiteiten binnen de gemeenschap. De Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) wees zijn aanvraag af, stellende dat hij zich elders in Pakistan kon vestigen waar hij veilig zou zijn.
De rechtbank onderzocht de feiten, waaronder de verklaringen van eiser, ambtsberichten van de Minister van Buitenlandse Zaken en adviezen van de Adviescommissie voor Vreemdelingenzaken. Er werd geoordeeld dat er geen sprake was van systematische vervolging door de overheid en dat eiser geen strafrechtelijke vervolging te vrezen had. Het binnenlands vestigingsalternatief, bijvoorbeeld in Rabwah waar veel Ahmadi's wonen, werd als reëel beschouwd.
Verder werd overwogen dat het enkele feit dat eiser zijn geloof niet vrij kan belijden in Pakistan niet leidt tot een schending van artikel 3 of Pro 9 EVRM. De rechtbank concludeerde dat eiser niet in aanmerking komt voor vluchtelingenstatus of een verblijfsvergunning op humanitaire gronden. Het beroep werd ongegrond verklaard en de beslissing van de IND bevestigd.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van zijn asielaanvraag bevestigd.