ECLI:NL:RBSGR:2000:AA6915
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging beschikking vreemdelingenrecht wegens schending hoorplicht en onjuiste niet-ontvankelijkverklaring
Eiser, een Pakistaanse nationaliteit dragende vreemdeling, vroeg toelating als vluchteling aan Nederland vanwege vrees voor vervolging wegens zijn bekering tot het christendom. Zijn aanvraag werd door de Staatssecretaris van Justitie afgewezen, onder meer omdat eiser niet tijdig bij de grens had gemeld en zijn relaas als ongeloofwaardig werd beschouwd. Tevens werd de aanvraag niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 15b Vreemdelingenwet.
Eiser maakte bezwaar en werd gehoord door een ambtelijke commissie, maar stelde dat dit horen in strijd was met artikel 7:5 Awb Pro omdat de voorzitter van de commissie betrokken was bij de voorbereiding van het besluit. De rechtbank oordeelde dat deze schending van de hoorplicht ernstig was en niet met een herstelbepaling kon worden geheeld.
Daarnaast stelde de rechtbank vast dat de niet-ontvankelijkverklaring niet op goede gronden was gebaseerd, aangezien eiser zich binnen drie dagen na binnenkomst had gemeld en identiteitsdocumenten had overgelegd. De rechtbank vernietigde daarom de bestreden beschikking en bepaalde dat de Staatssecretaris opnieuw op het bezwaar moet beslissen, met inachtneming van de uitspraak.
De rechtbank veroordeelde de verweerder tevens tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten van eiser. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: De beschikking van de Staatssecretaris wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beslissing met inachtneming van de uitspraak.