ECLI:NL:RBSGR:2000:AA6953
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- C.C. Dedel - van Walbeek
- P.A. Koppen
- Th.L. Bellekom
- Rechtspraak.nl
Beoordeling redelijkheid vergoeding verleggingskosten leidingen bij intrekking ontheffingen
De zaak betreft het geschil over de hoogte van de vergoeding die eiseressen ontvangen voor de verlegging van riool- en drinkwatertransportleidingen als gevolg van de intrekking van ontheffingen door het college van burgemeester en wethouders van Voorburg. Eiseressen betwisten de toegewezen vergoeding van 8% en stellen aanspraak te maken op een hogere vergoeding, onder meer op basis van regionale gedragslijnen en beleidswijzigingen.
De rechtbank stelt vast dat het besluit van verweerder een rechtmatige overheidsdaad betreft en dat de intrekking van de ontheffingen de directe oorzaak is van het nadeel. Verweerder heeft aansluiting gezocht bij de Nadeelcompensatieregeling Kabels en Leidingen 1991 (NKL 1991), die analoog mag worden toegepast. De rechtbank oordeelt dat de omstandigheden niet zodanig afwijken dat toepassing van de NKL 1991 onredelijk is.
Daarnaast wijst de rechtbank de stellingen van eiseressen af dat een vaste gedragslijn of de Reconstructieregeling van 1970 van toepassing is, en dat verweerder had moeten anticiperen op het nog te sluiten convenant en de NKL 1999. Ook de regionale gedragslijn en overige omstandigheden leiden niet tot een andere vergoeding.
De rechtbank concludeert dat de vergoeding van 8% redelijk is en verklaart het beroep ongegrond. Er worden geen proceskosten aan een van de partijen toegewezen.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de vergoeding van 8% voor de verleggingskosten wordt bevestigd.