ECLI:NL:RBSGR:2000:AA7025
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bewaring vreemdeling met vals paspoort en afwijzing beroep
De vreemdeling, met Portugese nationaliteit, werd op 20 juli 2000 in bewaring gesteld wegens verdenking van het gebruik van een vals Portugees paspoort bij het aanvragen van een sofinummer. Na een categoriewijziging werd de bewaring op 24 juli 2000 voortgezet. De vreemdeling voerde aan dat hij over een geldig paspoort, een vast adres en voldoende middelen beschikte en stelde dat het bevel tot bewaring onrechtmatig was, onder meer vanwege taalproblemen en onjuiste personalia.
De rechtbank oordeelde dat er een redelijk vermoeden bestond van een strafbaar feit en dat het paspoort vals was. De bewaring berustte op een juiste wettelijke grondslag, aangezien de vreemdeling geen geldige verblijfsvergunning had en het vermoeden bestond dat hij zich aan uitzetting zou onttrekken. De rechtbank vond dat het bevel tot bewaring correct was en dat de vreemdeling in het Hindi was gehoord met kennis van zijn rechten.
De rechtbank concludeerde dat de bewaring niet in strijd was met de Vreemdelingenwet en dat de belangenafweging geen reden gaf tot opheffing. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open voor het beroep tegen het bevel tot inbewaringstelling, wel is hoger beroep mogelijk tegen de afwijzing van de schadevergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.