ECLI:NL:RBSGR:2000:AA7036
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- G. Blomsma
- E. Steendijk
- A.M. Koene
- Rechtspraak.nl
Vluchtelingenstatus geweigerd wegens onvoldoende gegronde vrees voor vervolging en onduidelijk vestigingsalternatief in Noord-Irak
Eiseres, van Armeens-christelijke afkomst uit Bagdad, verzocht om vluchtelingenstatus en een verblijfsvergunning. Zij stelde dat zij vanwege politieke activiteiten van haar broers en haar eigen detentie door de veiligheidsdienst in Irak gegronde vrees had voor vervolging. Verweerder verleende slechts een voorwaardelijke vergunning tot verblijf en wees de vluchtelingenstatus af.
De rechtbank oordeelde dat de omstandigheden van eiseres onvoldoende aantonen dat zij persoonlijk gegronde vrees heeft voor vervolging. Haar detentie was kort en gericht op haar broers, die al jaren in Nederland verblijven. Ook haar vertrek uit Irak met een geldig paspoort en visum maakte vervolging onwaarschijnlijk.
Verder werd het vestigingsalternatief in Noord-Irak besproken. De rechtbank volgde de Rechtseenheidskamer die stelt dat voor Centraal-Irakezen familie-, politieke of gemeenschapsbanden noodzakelijk zijn om een menswaardig bestaan te kunnen leiden in Noord-Irak. Verweerder stelde dat iedereen toegang heeft tot basisvoorzieningen, maar dit werd onvoldoende onderbouwd. De rechtbank oordeelde dat verweerder onvoldoende rekening hield met de kwetsbare positie van Centraal-Irakezen zonder banden en dat het beleid niet standhoudt.
De rechtbank vernietigde de bestreden beschikking en gebiedt verweerder opnieuw te beslissen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten en griffierecht van eiseres.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de bestreden beschikking vernietigd; verweerder dient opnieuw te beslissen.