ECLI:NL:RBSGR:2000:AA7193
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling niet-ontvankelijkheid aanvraag vluchteling en vergunning verblijf op humanitaire gronden
Eiser, een Somalische vreemdeling, diende in 1995 aanvragen in voor toelating als vluchteling en een verblijfsvergunning op humanitaire gronden. De aanvraag om vluchtelingstatus werd afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid omdat eiser niet voldeed aan de aanwezigheidsplicht volgens artikel 17a van de Vreemdelingenwet (Vw).
Eiser maakte bezwaar en kreeg een voorwaardelijke verblijfsvergunning, waarna hij beroep instelde tegen het bezwaarbesluit. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en verwees terug naar verweerder voor hernieuwde beslissing. Eiser stelde ook beroep in tegen het niet tijdig beslissen op bezwaar, maar trok dit later in.
Na een ambtelijke hoorzitting verklaarde verweerder het bezwaar opnieuw ongegrond. Eiser stelde hiertegen beroep in, maar verscheen niet op de zitting. De rechtbank oordeelde dat de redenen van eiser om niet aan de aanwezigheidsplicht te voldoen niet uitzonderlijk waren en dat het aan eiser was om een verzoek tot wijziging van de verplichting in te dienen.
Omdat eiser inmiddels een vergunning tot verblijf op humanitaire gronden had ontvangen, was een inhoudelijke beoordeling van vluchtelingenstatus en mogelijke schending van het EVRM niet meer nodig. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de niet-ontvankelijkheid van de aanvraag om toelating als vluchteling.