ECLI:NL:RBSGR:2000:AA7196
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing verblijfsvergunning wegens strijd met fair play-beginsel
De moeder en dochter, beiden Turkse nationaliteit, vroegen een verblijfsvergunning aan voor verblijf bij de Nederlandse echtgenoot van de moeder en gezinshereniging. De aanvragen werden op 14 oktober 1998 afgewezen omdat de echtgenoot niet over voldoende middelen van bestaan beschikte en de moeder niet in het bezit was van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf.
De moeder stelde dat haar echtgenoot blijvend volledig arbeidsongeschikt was, wat vrijstelling van het middelenvereiste zou rechtvaardigen. Zij verzocht om aanhouding van de beslissing op bezwaar in afwachting van een medische herbeoordeling. Verweerder weigerde dit verzoek en handhaafde de afwijzing.
De rechtbank oordeelde dat verweerder het besluit niet binnen de wettelijke beslistermijn had mogen nemen zonder rekening te houden met de nader te overleggen medische gegevens, omdat dit in strijd was met het fair play-beginsel. Daarom vernietigde de rechtbank de besluiten en beval nieuwe besluitvorming met inachtneming van deze overwegingen.
Ook het beroep van de dochter werd gegrond verklaard omdat haar verblijfsrecht afhankelijk was van dat van de moeder. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten en de Staat werd aangewezen om het griffierecht aan de moeder te vergoeden.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de afwijzende besluiten en beveelt nieuwe besluitvorming met inachtneming van het fair play-beginsel.