ECLI:NL:RBSGR:2000:AA7238

Rechtbank 's-Gravenhage

Datum uitspraak
25 september 2000
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
09/073735-98
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
  • Quadekker
  • Knol
  • Van Harte
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 63 SrArt. 6 Wegenverkeerswet 1994Art. 8 Wegenverkeerswet 1994Art. 175 Wegenverkeerswet 1994 (oud)Art. 176 Wegenverkeerswet 1994
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak en veroordeling wegens dodelijk verkeersongeval onder Wegenverkeerswet 1994

De rechtbank 's-Gravenhage behandelde op 25 september 2000 de zaak tegen verdachte, die werd verdacht van meerdere feiten in verband met een dodelijk verkeersongeval. De officier van justitie vorderde een gevangenisstraf van twee jaar voor de primaire tenlasteleggingen.

Na onderzoek achtte de rechtbank de primaire en secundaire tenlasteleggingen niet wettig en overtuigend bewezen en sprak verdachte daarvan vrij. Wel werd bewezen verklaard dat verdachte een overtreding van artikel 6 van Pro de Wegenverkeerswet 1994 heeft begaan, waarbij een ander is overleden en verdachte verkeerde in de toestand bedoeld in artikel 8, eerste en tweede lid van die wet.

De rechtbank veroordeelde verdachte tot een gevangenisstraf van twaalf maanden en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor drie jaar. De overige tenlasteleggingen werden niet bewezen verklaard en verdachte werd daarvan vrijgesproken.

De zitting vond plaats op 11 september 2000, waarbij de raadsman van verdachte en de officier van justitie aanwezig waren. Het vonnis werd uitgesproken in een openbare terechtzitting op 25 september 2000.

Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van de primaire tenlasteleggingen maar veroordeeld tot 12 maanden gevangenisstraf en 3 jaar rijontzegging voor overtreding van artikel 6 Wegenverkeerswet 1994 met dodelijk ongeval.

Uitspraak

ARRONDISSEMENTSRECHTBANK TE 'S-GRAVENHAGE, STRAFSECTOR
MEERVOUDIGE KAMER
VERKORT VONNIS
parketnummer 09/073735-98
's-Gravenhage, 25 september 2000.
De arrondissementsrechtbank te 's-Gravenhage, rechtdoende in strafzaken, heeft het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte
[verdachte],
geboren op 07 november 1965 te [geboorteplaats],
wonende te [adres], [woonplaats],
thans u.a.h. gedetineerd in de P.I. De Kantelberg (Unit 4), te 's-Gravenhage,
De terechtzitting
Het onderzoek is gehouden ter terechtzitting van 11 september 2000.
De raadsman van verdachte, mr P.J. Hoogendam, is verschenen en gehoord.
De officier van justitie mr J.H. Wesselink heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het hem bij dagvaarding onder 1. primair en 2. primair telastgelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 jaren.
De telastlegging
Aan verdachte is telastgelegd hetgeen is vermeld in de ingevoegde fotokopie van de dagvaarding, gemerkt A.
Vrijspraak
De rechtbank acht op grond van het onderzoek ter terechtzitting niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen verdachte bij dagvaarding onder 1. primair en 2. is telastgelegd, zodat hij daarvan dient te worden vrijgesproken.
De bewijsmiddelen
P. M.
De toepasselijke wetsartikelen
Artikel 63 van Pro het Wetboek van Strafrecht;
de artikelen 6, 8, 175 (oud), 176 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.
Beslissing
De rechtbank,
verklaart niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het hem bij dagvaarding onder 1. primair en 2. telastgelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij;
verklaart in voege als overwogen wettig en overtuigend bewezen, dat verdachte het bij dagvaarding onder 1. subsidiair telastgelegde feit heeft begaan en dat het bewezene uitmaakt:
Overtreding van artikel 6 van Pro de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander wordt gedood, terwijl degene die aan het feit schuldig is verkeerde in de toestand, bedoeld in artikel 8, eerste en tweede lid van deze wet
verklaart het bewezene en verdachte deswege strafbaar;
veroordeelt verdachte te dier zake tot:
gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden;
veroordeelt verdachte voorts tot:
ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de tijd van 3 jaren;
verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte bij dagvaarding meer of anders is telastgelegd dan hierboven is bewezen verklaard; spreekt verdachte daarvan vrij.
Dit vonnis is gewezen door
mrs Quadekker, voorzitter,
Knol en Van Harte, rechters,
in tegenwoordigheid van mr Japenga, griffier,
en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 25 september 2000.