ECLI:NL:RBSGR:2000:AA7268
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- C.E. Dettmeijer-Vermeulen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om vergunning tot verblijf bij echtgenoot wegens niet-voldoen aan mvv-vereiste
Verzoekster, een Somalische nationaliteit houdende vrouw die sinds 1996 in Nederland verblijft, heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning om bij haar echtgenoot te verblijven. Deze aanvraag is door de Staatssecretaris van Justitie buiten behandeling gesteld vanwege het ontbreken van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv).
De rechtbank overweegt dat verzoekster niet behoort tot de categorieën die vrijstelling van het mvv-vereiste kunnen krijgen, aangezien haar asielprocedure definitief is afgewezen. De wetgever heeft bewust gekozen om vrijstelling te beperken tot de periode waarin de asielprocedure nog loopt. Verzoekster heeft ook onvoldoende aangetoond dat zij alles heeft gedaan om een reisdocument te verkrijgen, wat primair haar eigen verantwoordelijkheid is.
De rechtbank oordeelt dat het ontbreken van een Nederlandse vertegenwoordiging in Somalië niet leidt tot een vrijstelling, aangezien de mvv bij de dichtstbijzijnde Nederlandse vertegenwoordiging in buurlanden kan worden aangevraagd. Bovendien is vastgesteld dat terugkeer naar Somaliland mogelijk is, gezien haar clan-achtergrond.
Er zijn geen klemmende humanitaire redenen die een vergunning rechtvaardigen en er is geen schending van artikel 8 EVRM Pro, omdat verzoekster geen verblijfsrecht had dat haar gezinsleven in Nederland mogelijk maakte. Het bezwaar wordt daarom ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.
Uitkomst: Het bezwaar tegen het buiten behandeling stellen van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.