ECLI:NL:RBSGR:2000:AA7270
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen ongewenstverklaring en weigering verlenging verblijfsvergunning
Verzoeker, een Marokkaanse nationaliteit bezittende vreemdeling, diende een aanvraag in voor verlenging van zijn verblijfsvergunning, welke door de staatssecretaris werd afgewezen en waarbij hij tevens ongewenst werd verklaard. Verzoeker maakte bezwaar tegen dit besluit en vroeg de president van de rechtbank om een voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen totdat op het bezwaar was beslist.
De president oordeelde dat de staatssecretaris terecht had vastgesteld dat verzoeker niet in aanmerking kwam voor verlenging van zijn verblijfsvergunning en dat de ongewenstverklaring op goede gronden was gebaseerd, mede gelet op de strafrechtelijke veroordelingen van verzoeker en het beleid zoals neergelegd in de Vreemdelingencirculaire. Wel werd geoordeeld dat het bezwaar een redelijke kans van slagen had omdat de staatssecretaris had nagelaten verzoeker te informeren over de mogelijkheid om opheffing van de ongewenstverklaring te vragen.
De belangenafweging tussen het algemeen belang en het familie- en gezinsleven van verzoeker leidde tot het oordeel dat het belang van verzoeker moest wijken. Desondanks werd de voorlopige voorziening toegewezen vanwege het belang van verzoeker om op de hoogte te zijn van de mogelijkheid tot opheffing van de maatregel. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen uitzetting en ongewenstverklaring wordt toegewezen en de staatssecretaris wordt veroordeeld in de proceskosten.