ECLI:NL:RBSGR:2000:AA7273
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om verblijf wegens niet-inwilliging vluchtelingenstatus Sri Lanka
Verzoekers, beiden van Sri Lankaanse nationaliteit, hadden een aanvraag om vluchtelingenstatus ingediend die op 10 juni 2000 werd afgewezen. De rechtbank bevestigt dat eerdere beroepen op eerdere aanvragen reeds zijn afgewezen en onherroepelijk zijn geworden.
De kern van het geschil betreft de vraag of de algemene situatie in Sri Lanka zodanig is gewijzigd dat uitzetting niet kan plaatsvinden. Verzoekers beroepen zich op recente uitspraken, correspondentie van de UNHCR en het Forum for Human Dignity, en persoonlijke omstandigheden zoals de dood van familieleden.
De rechtbank oordeelt dat het risico op schending van artikel 3 EVRM Pro onvoldoende aannemelijk is gemaakt. Documenten en verklaringen tonen geen concreet gevaar voor foltering of onmenselijke behandeling. Persoonlijke omstandigheden zijn niet nieuw en onvoldoende om het eerdere oordeel te herzien.
Daarom worden de bezwaren ongegrond verklaard en de verzoeken om voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De uitspraak is onherroepelijk.
Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek om verblijf af en verklaart de bezwaren ongegrond.