ECLI:NL:RBSGR:2000:AA7280
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- M. van Paridon
- E. Kouwenhoven
- J. Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vernietiging weigering verblijfsvergunning wegens onvoldoende motivering verblijfsalternatief Noord-Irak
Eisers, drie Iraakse broers en zussen, vroegen in 1997 asiel aan in Nederland wegens vrees voor vervolging en discriminatie in Irak. De Staatssecretaris van Justitie wees hun aanvragen af wegens kennelijke ongegrondheid en verleende slechts een voorwaardelijke vergunning tot verblijf (vvtv), die later werd ingetrokken. Eisers stelden dat zij vanwege hun Chaldeeërs afkomst en Mandeeërs geloof vervolgd zouden worden en dat Noord-Irak geen veilig verblijfsalternatief is.
De rechtbank oordeelde dat de vrees voor persoonlijke vervolging onvoldoende aannemelijk was, mede omdat het bewijs voor negatieve belangstelling van de Iraakse autoriteiten speculatief was. De rechtbank bevestigde dat de algehele situatie in Irak zorgwekkend is, maar niet zodanig dat alle Iraakse asielzoekers automatisch als vluchteling worden erkend. De rechtbank vond dat de weigering als vluchteling terecht was.
Echter, ten aanzien van de weigering van een verblijfsvergunning op humanitaire gronden vernietigde de rechtbank de besluiten vanwege motiveringsgebrek. De rechtbank stelde dat verweerder onvoldoende had onderzocht of Noord-Irak daadwerkelijk een veilig verblijfsalternatief is, mede gezien de jurisprudentie van de Raad voor de Vreemdelingenbetwistingen (REK) die stelt dat banden met Noord-Irak relevant zijn voor de beoordeling.
De rechtbank veroordeelde de Staat tot vergoeding van proceskosten en bepaalde dat verweerder opnieuw moet beslissen met inachtneming van de overwegingen. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de weigering van de verblijfsvergunning wegens onvoldoende motivering en gelast hernieuwde beslissing, terwijl de beroepen tegen de vluchtelingenstatus worden afgewezen.