ECLI:NL:RBSGR:2000:AA7303
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing bewaring vreemdeling na mislukte uitzetting en beoordeling rechtmatigheid
De vreemdeling, van Ghanese nationaliteit, werd op 11 mei 2000 in bewaring gesteld. Op 28 juli 2000 werd een poging tot uitzetting naar Ghana onder escorte ondernomen, maar de Ghanese autoriteiten weigerden de toegang, waardoor de vreemdeling na twee dagen terugkeerde naar Nederland. De rechtbank oordeelt dat de oorspronkelijke last tot uitzetting niet is uitgewerkt, maar dat het bevel tot bewaring zijn rechtskracht verloor doordat de vreemdeling tijdelijk buiten de macht van de Nederlandse autoriteiten was.
De rechtbank stelt vast dat de bewaring vanaf 30 juli 2000 onrechtmatig was en beveelt de opheffing van de maatregel tot vrijheidsontneming. Hoewel de vreemdeling disproportionele dwang bij de uitzetting aanvoerde, is daarover onvoldoende informatie om een oordeel te vellen. Er is nog zicht op uitzetting omdat een laissez passer is afgegeven en overleg met de Ghanese consul plaatsvindt.
De rechtbank wijst het verzoek om schadevergoeding af op grond van billijkheid, gezien het formele karakter van het gebrek en het feit dat de vreemdeling zijn uitzetting heeft gefrustreerd. Verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten van f 1420,-, te betalen aan de griffier. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open voor het deel van de schadevergoeding.
Uitkomst: De bewaring van de vreemdeling wordt opgeheven wegens het ontbreken van een rechtsgeldige titel na mislukte uitzetting.