ECLI:NL:RBSGR:2000:AA7345
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit niet-verlenen verblijfsvergunning aan Iraakse asielzoeker wegens onvoldoende motivering
Eiser, een Iraakse asielzoeker van Koerdische afkomst die sinds zijn geboorte in Iran woonde, verzocht om toelating tot Nederland als vluchteling en een verblijfsvergunning op humanitaire gronden. De staatssecretaris wees dit verzoek af, stellende dat eiser slechts marginale activiteiten had verricht en dat hij zich in Noord-Irak kon vestigen.
De rechtbank overwoog dat eiser aannemelijk moest maken dat hij persoonlijk vervolging te vrezen had, wat niet was gesteld voor Centraal-Irak. De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris ten onrechte aannam dat eiser zich redelijkerwijs in Noord-Irak kon vestigen, terwijl ambtsberichten het tegendeel stelden, ook voor vermeende leden van de Iraans-Koerdische oppositie.
De motivering van de staatssecretaris was onvoldoende en onjuist, waardoor de beschikking werd vernietigd. De rechtbank beval een nieuwe beslissing binnen tien weken en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten en griffierechten. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit vernietigd en verweerder wordt opgedragen binnen tien weken een nieuwe beslissing te nemen.