ECLI:NL:RBSGR:2000:AA7346
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep en bezwaar tegen weigering verblijfsvergunning en intrekking voorwaardelijke vergunning Iraakse asielzoeker
Eiser, een Iraakse asielzoeker, verzocht om een verblijfsvergunning in Nederland op grond van vluchtelingenstatus en klemmende humanitaire redenen. De Staatssecretaris van Justitie weigerde dit en trok de eerder verleende voorwaardelijke vergunning tot verblijf in. Eiser stelde dat hij vervolging door de KDP vreesde vanwege zijn eerdere werkzaamheden als lijfwacht en de situatie in Noord-Irak.
De rechtbank onderzocht of eiser aanspraak kon maken op vluchtelingenstatus of humanitaire verblijfsgronden. Hoewel eiser persoonlijke problemen met de KDP aanvoerde, oordeelde de rechtbank dat hij veilig kon verblijven in het PUK-gebied van Noord-Irak, ondanks taalbarrières. De rechtbank vond de vrees voor vervolging onvoldoende aannemelijk en stelde dat het PUK-gebied een redelijk alternatief was.
Daarnaast werd het beleid van de Staatssecretaris inzake de beëindiging van het voorwaardelijke vergunningbeleid voor Iraakse asielzoekers bevestigd. Het bezwaar tegen de intrekking van de voorwaardelijke vergunning en het verzoek om voorlopige schorsing van uitzetting werden ongegrond verklaard. De rechtbank concludeerde dat geen gronden bestonden voor verblijf en dat het beroep en bezwaar ongegrond zijn.
Uitkomst: Het beroep en bezwaar van eiser worden ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige schorsing van uitzetting wordt afgewezen.