ECLI:NL:RBSGR:2000:AA7436
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid vreemdelingenbewaring en last tot lichten
De vreemdeling, met de Liberiaanse nationaliteit, werd op 4 februari 2000 in bewaring gesteld op grond van de Vreemdelingenwet. De rechtbank beoordeelde of de bewaring en de uitvoering daarvan, waaronder een overbrenging zonder formele last tot lichten, rechtmatig waren.
De vreemdeling stelde dat het ontbreken van een last tot lichten zijn rechten verder dan noodzakelijk heeft beperkt. Verweerder stelde dat aan de formele en materiële vereisten was voldaan en dat de last tot lichten niet per se door dezelfde hulpofficier moest zijn ondertekend.
De rechtbank overwoog dat hoewel geen last tot lichten was gegeven, een transportorder was afgegeven en dat de overbrenging in overeenstemming was met het doel van de bewaring. De bewaring was gebaseerd op het ontbreken van een geldige verblijfsvergunning, identiteitsbewijs en het vermoeden van ontduiking van uitzetting.
Verder was er voldoende zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn en werd het onderzoek voortvarend voortgezet. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en handhaafde de bewaring, zonder proceskosten toe te wijzen.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de bewaring wordt gehandhaafd.