ECLI:NL:RBSGR:2000:AA7439
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen inbewaringstelling en schadevergoeding vreemdeling
De vreemdeling, met Soedanese nationaliteit, werd op 2 juni 2000 in bewaring gesteld op grond van artikel 26, eerste lid, onder c, van de Vreemdelingenwet. Tegen deze vrijheidsontnemende maatregel stelde zijn gemachtigde op 8 juni 2000 en opnieuw op 26 juni 2000 beroep in, waarbij tevens een verzoek om schadevergoeding werd gedaan wegens de duur van de bewaring.
De rechtbank overweegt dat het instellen van beroep tegen een inbewaringstelling niet aan een termijn is gebonden vanwege de grondwettelijke habeas corpus-garantie. Echter, een verzoek om schadevergoeding is slechts mogelijk in samenhang met een beroep tegen de onderliggende conservatoire maatregel. De gemachtigde trok het eerste beroep op 16 juni 2000 in, waardoor hij geacht wordt te hebben berust in de rechtmatigheid van de maatregel.
Omdat het verzoek om schadevergoeding niet accessoir is aan een lopend beroep tegen de bewaring, verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Er is geen ruimte voor een zelfstandig verzoek om schadevergoeding zonder een lopend beroep tegen de bewaring. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen de inbewaringstelling wordt niet-ontvankelijk verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.