ECLI:NL:RBSGR:2000:AA7443
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid vrijheidsbenemende maatregel bij asielaanvraag met mogelijke toepassing artikel 1F Vluchtelingenverdrag
De vreemdeling, van Afghaanse nationaliteit, werd op 1 juni 2000 de toegang tot Nederland geweigerd en vervolgens vrijheidsbenemend vastgehouden op grond van artikel 7a Vreemdelingenwet (Vw). Hij diende op 2 juni 2000 een asielaanvraag in, waarbij nader onderzoek naar zijn identiteit en asielmotieven noodzakelijk werd geacht vanwege mogelijke toepassing van artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag.
Verweerder handhaafde de vrijheidsbenemende maatregel en wees in de beschikking op het vierde gedachtestreepje van hoofdstuk B7/14 van de Vreemdelingencirculaire (Vc), dat volgens de rechtbank niet van toepassing was in deze situatie. De rechtbank stelde dat het beleid omtrent toepassing van artikel 7a Vw in gevallen met mogelijke 1F-toepassing nog nadere uitwerking behoeft.
Ondanks het motiveringsgebrek achtte de rechtbank de voortzetting van de maatregel niet onrechtmatig, mede vanwege het belang van nader onderzoek en het feit dat de aanvraag met voldoende voortvarendheid werd behandeld. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. De rechtbank benadrukte het belang van een beleidskader voor de consistente toepassing van vrijheidsbenemende maatregelen in dergelijke complexe asielzaken.
Uitkomst: Het beroep tegen de voortzetting van de vrijheidsbenemende maatregel wordt ongegrond verklaard.