ECLI:NL:RBSGR:2000:AA7448
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- G. Blomsma
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzettingsbesluit vluchteling wegens medische omstandigheden gezin
Verzoeker, van Armeense nationaliteit, heeft op 8 augustus 1999 een aanvraag om toelating als vluchteling ingediend. Deze aanvraag is bij beschikking van 20 januari 2000 afgewezen en tevens is ambtshalve besloten geen vergunning tot verblijf op humanitaire gronden te verlenen. Verzoeker heeft vervolgens een voorlopige voorziening gevraagd om uitzetting te voorkomen totdat op het bezwaar tegen deze besluiten is beslist.
De rechtbank toetst of de uitzetting naar Duitsland, op grond van de Overeenkomst van Dublin, redelijk is en of het bezwaar tegen het niet verlenen van een verblijfsvergunning op humanitaire gronden een redelijke kans van slagen heeft. Duitsland heeft de verantwoordelijkheid voor de asielaanvraag geaccepteerd, maar Nederland heeft het beleid om onder bepaalde omstandigheden de aanvraag zelf in behandeling te nemen.
Verzoeker stelt dat de medische en psychische toestand van zijn echtgenote, die lijdt aan een posttraumatische stressstoornis en andere ernstige klachten, een uitzetting in de weg staat. De rechtbank oordeelt dat deze problematiek voldoende is onderbouwd met medische verklaringen en dat de gevolgen van een gescheiden uitzetting voor het gezin niet zorgvuldig zijn onderzocht door verweerder.
Daarom wordt de voorlopige voorziening toegewezen en wordt verweerder bevolen zich te onthouden van uitzetting van verzoeker en zijn gezin totdat op het bezwaar is beslist. Tevens wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten van verzoeker.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening tegen uitzetting wordt toegewezen en uitzetting wordt opgeschort totdat op bezwaar is beslist.