ECLI:NL:RBSGR:2000:AA7464
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening tegen buitenbehandelingstelling verlenging verblijfsvergunning
Verzoeker, van Marokkaanse nationaliteit, had een vergunning tot verblijf die op 7 augustus 1999 verliep. Na zijn aanhouding wegens een strafrechtelijk feit werd zijn aanvraag tot verlenging van de verblijfsvergunning buiten behandeling gesteld vanwege het ontbreken van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv).
De rechtbank oordeelt dat de aanvraag om verlenging, hoewel formeel na afloop van de vergunning ingediend, gelet op de omstandigheden waaronder verzoeker in voorlopige hechtenis zat en geen contact met zijn gemachtigde kon hebben, als tijdig moet worden beschouwd. Hierdoor heeft het bezwaar tegen de buitenbehandelingstelling redelijke kans van slagen.
De rechtbank wijst het verzoek om voorlopige voorziening toe, waardoor verzoeker in Nederland mag blijven totdat op het bezwaar is beslist. Tevens wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten en wordt het griffierecht aan verzoeker vergoed.
De uitspraak is gedaan door de fungerend president van de rechtbank 's-Gravenhage, mr. A.H. Schotman, op 22 mei 2000.
Uitkomst: De voorlopige voorziening wordt toegewezen en verzoeker mag in Nederland blijven totdat op het bezwaar is beslist.