ECLI:NL:RBSGR:2000:AA7469
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- B.H. Franke
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond tegen afwijzing asielaanvraag en vrijheidsontneming Nepalese vreemdeling
Een Nepalese vreemdeling, die asiel aanvraagt vanwege een vrees voor vervolging door zowel de maoïstische beweging als de politie in Nepal, werd door de Staatssecretaris van Justitie afgewezen in zijn aanvraag en onderworpen aan een vrijheidsontnemende maatregel. De vreemdeling voerde aan dat hij tussen twee vuren zat en dat de mensenrechtensituatie in Nepal sinds 1996 sterk was verslechterd, wat zijn vrees voor vervolging rechtvaardigde.
De rechtbank oordeelde dat de AC-procedure niet geschikt was voor deze zaak vanwege de complexiteit en het gebrek aan recente informatie over Nepal. De rechtbank stelde vast dat de Staatssecretaris onvoldoende rekening had gehouden met de verslechterde situatie in Nepal en dat de vreemdeling aannemelijk had gemaakt dat hij persoonlijke risico's liep bij terugkeer, wat een gegronde vrees voor vervolging oplevert.
Daarnaast werd geoordeeld dat de vrijheidsontnemende maatregel, hoewel de hoortermijn werd overschreden, niet onrechtmatig was omdat er herhaaldelijk pogingen waren gedaan om de vreemdeling te horen. De voortzetting van de maatregel werd echter onrechtmatig bevonden en opgeheven. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen. De rechtbank veroordeelde de Staatssecretaris in de proceskosten en bepaalde dat het betaalde griffierecht aan de vreemdeling wordt vergoed.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag is gegrond verklaard en de vrijheidsontnemende maatregel is opgeheven.