ECLI:NL:RBSGR:2000:AA7585
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- F. Salomon
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting Iraakse vreemdeling wegens onvoldoende binnenlands vestigingsalternatief
Verzoeker, een Iraakse Koerd, diende een aanvraag in tot verlenging van zijn voorwaardelijke vergunning tot verblijf (vvtv) in Nederland, welke werd afgewezen. Hij maakte bezwaar tegen deze afwijzing en verzocht de rechtbank om een voorlopige voorziening die de uitzetting zou schorsen totdat op het bezwaar was beslist.
De rechtbank onderzocht of Noord-Irak als binnenlands vestigingsalternatief voor verzoeker kon worden aangemerkt. Verzoeker stelde dat hij geen feitelijke familie- of gemeenschapsbanden met Noord-Irak had en dat zijn verblijf aldaar slechts een slaapplaats betrof. Verweerder stelde dat verzoeker voldoende banden had vanwege zijn Koerdische afkomst en politieke activiteiten voor de PUK.
De rechtbank oordeelde dat verweerder onvoldoende had onderzocht in hoeverre verzoeker daadwerkelijk in Noord-Irak kon verblijven en dat de verklaringen van verzoeker onvoldoende waren weerlegd. Hierdoor kon niet worden vastgesteld dat Noord-Irak een geschikt vestigingsalternatief was. Daarom had verweerder niet in redelijkheid kunnen besluiten de uitzetting niet op te schorten.
De rechtbank besloot het verzoek tot voorlopige voorziening toe te wijzen, waardoor uitzetting werd verboden totdat op het bezwaar was beslist. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten en werd de Staat der Nederlanden aangewezen voor vergoeding van het griffierecht.
Uitkomst: Het verzoek tot schorsing van de uitzetting wordt toegewezen omdat niet is vastgesteld dat Noord-Irak een geschikt binnenlands vestigingsalternatief is voor verzoeker.