ECLI:NL:RBSGR:2000:AA7590
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting Iraakse vreemdeling na intrekking verblijfsvergunning
Verzoeker, een Iraakse vreemdeling van Koerdische afkomst, had een aanvraag ingediend voor toelating als vluchteling en verlening van een verblijfsvergunning. Na een beleidswijziging werd zijn voorwaardelijke vergunning tot verblijf (vvtv) ingetrokken zonder dat werd onderzocht of hij zich redelijkerwijs kon hervestigen in Noord-Irak, het Koerdische gebied.
Verzoeker betoogde dat hij geen vestigingsalternatief heeft in Noord-Irak, omdat hij daar niet woonde en geen familie heeft. De rechtbank oordeelde dat verweerder verplicht is ambtshalve te onderzoeken of een verblijfsvergunning op humanitaire gronden kan worden verleend, en dat het bezwaar van verzoeker tegen de intrekking een redelijke kans van slagen heeft.
Daarom werd een voorlopige voorziening getroffen waardoor de uitzetting van verzoeker wordt opgeschort totdat op zijn bezwaar is beslist. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten en werd de Staat der Nederlanden aangewezen als de partij die deze kosten en het griffierecht moet vergoeden.
Uitkomst: De rechtbank wijst de voorlopige voorziening toe en schorst de uitzetting totdat op het bezwaar is beslist.