ECLI:NL:RBSGR:2000:AA8056
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vreemdelingenkamer wijst deels beroep toe tegen weigering verblijfsvergunning
Eiser, een Albanese uit Kosovo, vroeg in 1997 asiel en een verblijfsvergunning aan, maar deze werden geweigerd. Hij voerde aan te vrezen voor vervolging vanwege politieke redenen en dienstweigering. De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij vluchteling was of klemmende humanitaire redenen had voor verblijf.
Verweerder had de aanvraag om een verblijfsvergunning voor verblijf bij zijn partner buiten behandeling gesteld wegens het ontbreken van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv). De rechtbank oordeelde dat deze weigering onterecht was omdat de aanvraag werd gedaan terwijl de asielprocedure nog niet onherroepelijk was beslist.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen de oorspronkelijke weigering ongegrond, maar het beroep tegen de buitenbehandelingstelling gegrond. De beslissing van 11 februari 2000 werd vernietigd en verweerder werd opgedragen opnieuw op het bezwaar te beslissen met inachtneming van de uitspraak. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van vluchtelingenstatus wordt ongegrond verklaard, het beroep tegen de buitenbehandelingstelling van de verblijfsaanvraag wordt gegrond verklaard en de beslissing vernietigd.