ECLI:NL:RBSGR:2000:AA8060
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W.J. van Bennekom
- Rechtspraak.nl
Opheffing bewaring minderjarige vreemdeling wegens strijd met beleid en toekenning schadevergoeding
Eiser, een minderjarige vreemdeling van Chinese nationaliteit, werd op 1 augustus 2000 in bewaring gesteld op grond van artikel 26, eerste lid onder b van de Vreemdelingenwet. De bewaring vond plaats terwijl er reeds een last tot uitzetting was gegeven. Eiser was op dat moment minderjarig (15 jaar) en het beleid schrijft voor dat alleenstaande jeugdige vreemdelingen van 12 tot 16 jaar slechts in bewaring mogen worden gesteld indien binnen vier dagen plaatsing in een inrichting voor kinderbescherming mogelijk is.
De rechtbank constateert dat verweerder bij de inbewaringstelling geen contact heeft opgenomen met het Rayonbureau Penitentiair Consulenten om te informeren naar deze mogelijkheid. Eiser verbleef tot 8 augustus 2000 in een politiecel, waarna hij werd overgeplaatst naar het Jongeren Opvangcentrum (JOC). Dit is in strijd met het beleid en de bewaring is daarmee onrechtmatig toegepast.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, beveelt de opheffing van de bewaring per 11 augustus 2000 en veroordeelt de Staat der Nederlanden tot vergoeding van schadevergoeding van ƒ 1.850,-- voor de onrechtmatige vrijheidsontneming. Tevens wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten van ƒ 1.420,--. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open voor zover het de schadevergoeding betreft.
Uitkomst: Bewaring van minderjarige vreemdeling onrechtmatig; opheffing bewaring en schadevergoeding toegekend.