ECLI:NL:RBSGR:2000:AA8061
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A. Wolfsen
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen bewaring vreemdeling zonder geldige verblijfsvergunning
Eiser, een vreemdeling van Libische nationaliteit, werd op 11 juli 2000 in bewaring gesteld op grond van de Vreemdelingenwet. Hij stelde dat zijn staandehouding onrechtmatig was, omdat het proces-verbaal van de controle op grond van de Wet arbeid vreemdelingen onvoldoende informatie bevatte over de aanleiding en betrokkenheid van de arbeidsinspectie.
Verweerder voerde aan dat het proces-verbaal weliswaar summier was, maar dat dit niet leidde tot onrechtmatigheid van de bewaring. Toezichthouders hebben op grond van de Algemene wet bestuursrecht de bevoegdheid om plaatsen te betreden zonder dat een redelijk vermoeden van overtreding noodzakelijk is, behalve bij woningen.
De rechtbank stelde vast dat eiser ten onrechte op 11 juli 2000 op de a-grond in bewaring was gesteld, omdat de last tot uitzetting pas op 14 juli 2000 werd gegeven. Dit leidde echter niet tot belangenverlies voor eiser. Verder was eiser niet in het bezit van een geldige verblijfsvergunning, zijn identiteit en nationaliteit stonden niet vast, en hij beschikte niet over een vaste verblijfplaats of voldoende middelen. De bewaring en uitzetting waren daarom rechtmatig en redelijk. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de bewaring van eiser wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.