ECLI:NL:RBSGR:2000:AA8062
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- F. Salomon
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting wegens ontbreken geldige machtiging tot voorlopig verblijf
Verzoekster, een Somalische vrouw gehuwd met een Nederlandse man en moeder van twee Nederlandse kinderen, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning bij haar echtgenoot. De aanvraag werd buiten behandeling gesteld wegens het ontbreken van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv). Verzoekster maakte bezwaar tegen dit besluit en vroeg de rechtbank om schorsing van haar uitzetting totdat op het bezwaar was beslist.
De rechtbank overwoog dat het mvv-vereiste niet zonder meer kan worden toegepast in situaties waarin de vreemdeling geen paspoort kan verkrijgen en geen Nederlandse vertegenwoordiging in het land van herkomst aanwezig is. Verzoekster kon niet naar Somalië reizen om een mvv aan te vragen en ook niet naar een ander land vanwege het ontbreken van een paspoort. De rechtbank stelde vast dat het beleid dat een mvv moet worden aangevraagd bij de dichtstbijzijnde Nederlandse vertegenwoordiging geen wettelijke basis heeft in artikel 16a van de Vreemdelingenwet.
Gezien deze omstandigheden en het feit dat het bezwaar tegen het buiten behandeling stellen van de aanvraag een redelijke kans van slagen heeft, oordeelde de rechtbank dat de uitzetting niet mocht worden uitgevoerd zolang het bezwaar niet was afgehandeld. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten en werd de Staat aangewezen voor vergoeding van het griffierecht.
Uitkomst: De rechtbank schorst de uitzetting van verzoekster totdat op haar bezwaar is beslist en veroordeelt verweerder in de proceskosten.