ECLI:NL:RBSGR:2000:AA8069
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W.J. van Bennekom
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing verblijfsvergunning wegens onvoldoende toetsing gezinsband
Eiser, van Turkse nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning om bij zijn vader in Nederland te verblijven. De aanvraag werd door de Immigratie- en Naturalisatiedienst afgewezen, waarna bezwaar en beroep werden ingesteld. De vader van eiser verblijft sinds 1994 in Nederland, terwijl eiser in Turkije bij zijn grootouders verbleef. Eiser stelde dat de gezinsband niet was verbroken en dat de grootmoeder niet meer voor hem kon zorgen.
De rechtbank oordeelde dat verweerder de aanvraag niet volledig inhoudelijk had getoetst en ten onrechte verwezen had naar een eerder besluit van de Minister van Buitenlandse Zaken. Dit eerdere besluit was deels feitelijk onjuist en onvolledig, onder meer omdat er meer geldtransfers waren dan erkend en de gehanteerde maatstaf voor verbreking van de gezinsband onjuist was.
Verder werd geoordeeld dat het besluit niet voldeed aan de vereiste motiveringsbeginselen en dat het horen van eiser ten onrechte was achterwege gebleven. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat een nieuw besluit moet worden genomen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werden de proceskosten en griffierechten aan eiser toegewezen.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd wegens onvoldoende motivering en onjuiste toepassing van het bestuursrecht.