ECLI:NL:RBSGR:2000:AA8260
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- M.J. van den Bergh
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om voorlopige voorziening tegen overdracht asielzoekers op grond van Dublinovereenkomst
Verzoekers, drie Armeense asielzoekers, hebben voor de tweede maal een asielaanvraag in Nederland ingediend. De Nederlandse overheid heeft op grond van de Dublinovereenkomst de Franse autoriteiten verzocht de behandeling van hun asielverzoeken over te nemen, wat door Frankrijk is geaccordeerd. De aanvragen zijn daarop niet-ontvankelijk verklaard en verzoekers hebben bezwaar gemaakt tegen deze besluiten.
Verzoekers stelden dat zij ten minste drie maanden buiten het Schengengebied, namelijk in Turkije, verbleven en dat Nederland daarom verantwoordelijk is voor de behandeling van hun asielaanvragen. Zij overlegden bewijsstukken zoals een hotelbrief en telefoonkaarten, maar deze werden door de rechtbank onvoldoende betrouwbaar geacht. De rechtbank oordeelde dat er redelijke twijfel bestaat over de duur van het verblijf in Turkije.
De rechtbank overwoog dat de Nederlandse autoriteiten de Dublinclaim terecht aan Frankrijk hebben voorgelegd en dat Frankrijk verantwoordelijk is voor de asielprocedure. Tevens werd geoordeeld dat er geen aanwijzingen zijn dat Frankrijk de verplichtingen uit het Vluchtelingenverdrag en het EVRM niet naleeft. De president verklaarde het bezwaar ongegrond en wees het verzoek om een voorlopige voorziening af, waarmee de overdracht aan Frankrijk kon plaatsvinden.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de niet-ontvankelijkverklaring is ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening is afgewezen.