ECLI:NL:RBSGR:2000:AA8267
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Gegrondverklaring beroep tegen afwijzing vluchtelingenstatus en verblijfvergunning wegens schending hoorplicht
Eiser, afkomstig uit de Democratische Republiek Congo, verzocht om toelating tot Nederland als vluchteling en om een vergunning tot verblijf op humanitaire gronden. Zijn verzoek werd door de Staatssecretaris van Justitie afgewezen. Eiser voerde aan dat hij vanwege zijn Rwandese afkomst en de politieke situatie in Congo gevaar loopt. De rechtbank nam zijn verklaringen over de betrokkenheid van zijn familie bij de AFDL en de vervolging van Tutsi's als uitgangspunt.
De rechtbank oordeelde dat de Staatssecretaris de hoorplicht heeft geschonden door eiser niet te horen alvorens het besluit te nemen. Dit maakte het bestreden besluit niet in stand houdbaar. De rechtbank achtte het niet aannemelijk dat eiser tijdens een nieuw gehoor meer duidelijkheid over zijn afkomst kan geven, maar vond dat hem het voordeel van de twijfel toekomt gezien de omstandigheden.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat de Staatssecretaris binnen tien weken een nieuwe beschikking moet nemen. Tevens wees de rechtbank de proceskosten toe aan eiser en wees de Staat aan als rechtspersoon voor de vergoeding van griffierechten. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen omdat het hoofdgeding reeds in het voordeel van eiser was beslist.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard wegens schending van de hoorplicht, het bestreden besluit wordt vernietigd en een nieuwe beslissing wordt bevolen.