ECLI:NL:RBSGR:2000:AA8270
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W.J. van Brussel
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige vreemdelingenbewaring van Nederlander met psychische stoornis en toekenning schadevergoeding
Verzoeker, een persoon met zowel de Nederlandse als Turkse nationaliteit, werd onterecht in vreemdelingenbewaring gesteld omdat de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) niet op de hoogte was van zijn Nederlandse nationaliteit. Ondanks zijn psychische stoornis en geheugenverlies weigerde verzoeker medewerking te verlenen aan het onderzoek naar zijn identiteit.
De rechtbank oordeelde dat de bewaring vanaf het begin onrechtmatig was omdat artikel 26 van Pro de Vreemdelingenwet alleen toepassing heeft op vreemdelingen, en verzoeker Nederlander was. Verweerder kon zich niet beroepen op het ontbreken van informatie door verzoeker, mede gezien diens psychische toestand.
De rechtbank wees een schadevergoeding toe van f 9.900,- voor de periode van 4 april tot 7 juni 2000, inclusief verblijf in politiecel en huis van bewaring. Tevens werden proceskosten van f 1.420,- aan verzoeker toegekend. De bewaring werd opgeheven en verzoeker werd opgenomen in een psychiatrisch ziekenhuis onder de Wet Bopz.
Uitkomst: Bewaring van verzoeker was onrechtmatig en hij kreeg een schadevergoeding van 9.900 gulden toegewezen.