ECLI:NL:RBSGR:2000:AA8275
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- T.M.A. Claessens
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening in asielprocedure wegens twijfel over Joodse afkomst
Verzoeker, van Iraakse nationaliteit en stellende Joodse afkomst, diende een asielaanvraag in die door de Staatssecretaris van Justitie kennelijk ongegrond werd verklaard wegens het ontbreken van documenten ter staving van zijn aanvraag. De rechtbank oordeelt dat het ontbreken van documenten op zichzelf geen reden is om de aanvraag af te wijzen zonder inhoudelijke beoordeling.
Verzoeker legde een verhaal voor over bedreigingen en geweld door de Islamitische Beweging vanwege zijn Joodse achtergrond, waaronder beschietingen van zijn ouderlijk huis en bedreigende pamfletten. Hoewel verzoeker geen documenten kon overleggen die zijn Joodse afkomst bevestigen en ook weinig kennis over Joodse tradities kon tonen, acht de rechtbank het niet ongeloofwaardig dat hij tot een verborgen Joodse minderheid behoort, mede gelet op soortgelijke asielprocedures van zijn zwager.
De rechtbank stelt dat een gedegen onderzoek naar de afkomst en situatie van verzoeker noodzakelijk is en wijst het verzoek om voorlopige voorziening toe. Verweerder wordt bevolen verzoeker niet te verwijderen en hem op te nemen in de reguliere procedure. Tevens wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht vergoed.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen en verwijdering van verzoeker wordt verboden tot op het moment van beslissing op bezwaar.