ECLI:NL:RBSGR:2000:AA8276
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- M.J. van den Bergh
- Rechtspraak.nl
Toekenning vrijstelling mvv-vereiste voor verblijf bij echtgenoot in bijzonder geval
Verzoekster, van Sri Lankaanse nationaliteit en echtgenote van een in Nederland verblijvende referent, diende een aanvraag voor een verblijfsvergunning bij haar echtgenoot in. Deze aanvraag werd buiten behandeling gesteld vanwege het ontbreken van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv). De rechtbank overweegt dat verzoekster en haar echtgenoot in 1997 een kind kregen en dat de situatie in Sri Lanka, met name voor een Tamil-vrouw uit het noorden, instabiel is.
De rechtbank stelt vast dat het vasthouden aan het mvv-vereiste in dit bijzondere geval tot onaanvaardbare hardheid zou leiden. Hoewel de wetgever het gebruik van de hardheidsclausule beperkt wilde houden, acht de rechtbank de combinatie van de gezinsomstandigheden en de politieke situatie in Sri Lanka voldoende reden om vrijstelling te verlenen.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en beveelt verweerder de aanvraag van verzoekster alsnog in behandeling te nemen. Tevens veroordeelt zij verweerder tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de aanvraag van verzoekster wordt alsnog in behandeling genomen met vrijstelling van het mvv-vereiste.