ECLI:NL:RBSGR:2000:AA8372
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vreemdelingenrechtelijke toetsing van vluchtelingenstatus en driejarenbeleid
Eiser, een Joegoslavische staatsburger van Albanese afkomst, verzocht in 1993 om vluchtelingenstatus en een vergunning tot verblijf. Zijn aanvraag werd door de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) afgewezen, mede vanwege het beëindigen van het conflict in Kosovo en een transactie wegens een lichte strafrechtelijke overtreding. Eiser stelde dat hij vanwege zijn etnische afkomst, politieke sympathieën en dienstweigering een gegronde vrees voor vervolging had.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij vluchtelingenstatus toekomt. Zijn betrokkenheid bij de oppositiepartij LDK was twijfelachtig en zijn dienstweigering onvoldoende zwaarwegend, mede gezien de amnestiewet van 1996. Wel oordeelde de rechtbank dat verweerder onvoldoende had gemotiveerd waarom niet werd afgeweken van het driejarenbeleid ondanks het lichte karakter van de strafrechtelijke contra-indicatie en het lange verblijf van eiser in Nederland.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de beschikking van 16 maart 2000 en droeg verweerder op een nieuwe beschikking te geven. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, de beschikking vernietigd en verweerder opgedragen een nieuwe beschikking te geven met vergoeding van proceskosten.