ECLI:NL:RBSGR:2000:AA8833
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Y.A.A.G. de Vries
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning bij Nederlandse partner wegens garantstelling vorige relatie
Eiser, een Surinaamse vreemdeling, verzocht om verlenging van zijn verblijfsvergunning op grond van verblijf bij zijn Nederlandse partner C. Verweerder wees dit verzoek af omdat C nog gebonden was aan een garantstelling voor haar vorige partner D, waardoor zij zich niet garant kon stellen voor eiser. De garantstelling geldt voor vijf jaar en kan niet worden opgezegd bij verbreking van de relatie.
Eiser voerde aan dat C ontheven moest worden van haar garantstelling omdat de relatie met D was verbroken en verwees naar beleidsregels en internationale verplichtingen, waaronder artikel 8 EVRM Pro over gezinsleven. De rechtbank oordeelde dat de garantstelling niet voortijdig kan worden beëindigd en dat het inkomen van C onvoldoende is om aan de garantstelling en de middeleneis voor eiser te voldoen.
De rechtbank overwoog dat het belang van de Staat bij bescherming van het economisch welzijn zwaarder weegt dan het belang van eiser bij verblijf, mede omdat het gezinsleven ook in Suriname kan worden uitgeoefend en de garantstelling tot maart 2002 loopt. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het afwijzende besluit tot verlening van de verblijfsvergunning wordt bevestigd.