ECLI:NL:RBSGR:2000:AA8836
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid en gronden bewaring vreemdeling zonder geldige verblijfsstatus
De vreemdeling werd op 18 mei 2000 in bewaring gesteld op grond van een valse verblijfsvergunning en het ontbreken van geldige verblijfs- en identiteitsdocumenten. Tijdens het proces werd betoogd dat de concrete aanwijzingen omtrent illegaal verblijf mogelijk onrechtmatig waren verkregen en dat het bevel tot bewaring onvoldoende gronden bevatte.
De rechtbank oordeelde dat het proces-verbaal voldoende duidelijkheid bood en dat de aanwijzingen rechtmatig waren verkregen. De vreemdeling gaf tegenstrijdige verklaringen over zijn identiteit en nationaliteit en beschikte niet over een geldige verblijfsstatus. Er was een ernstig vermoeden dat hij zich aan uitzetting zou onttrekken.
Hoewel het bevel tot bewaring abusievelijk niet alle gronden vermeldde, vulde de rechtbank deze ambtshalve aan. Verweerder werkte voortvarend aan de uitzetting, onder meer door contact met buitenlandse autoriteiten. De rechtbank concludeerde dat de bewaring rechtmatig was en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen de bewaring van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard.