ECLI:NL:RBSGR:2000:AA8838
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bewaring vreemdeling wegens ontbreken geldige verblijfsrecht en strafrechtelijke antecedenten
De vreemdeling, zonder geldige verblijfsrechtelijke titel en identiteitspapieren, is in bewaring gesteld op grond van artikel 26 van Pro de Vreemdelingenwet. De rechtbank oordeelt dat de bewaring terecht is, gezien het ontbreken van geldige documenten, het gebruik van een alias, en strafrechtelijke antecedenten die een aanmerkelijke inbreuk op de openbare orde vormen.
Verweerder heeft tijdens de strafrechtelijke detentie tijdig maatregelen genomen om de uitzetting voor te bereiden, ondanks dat de vreemdeling weigerde mee te werken aan identificatie bij de Algerijnse autoriteiten. De rechtbank acht de voortvarendheid van verweerder voldoende en ziet geen reden om de bewaring op te heffen.
Het verzoek van de vreemdeling om schadevergoeding wordt afgewezen, omdat dit slechts kan worden toegewezen indien de bewaring wordt opgeheven, wat hier niet het geval is. Het beroep tegen de bewaring wordt ongegrond verklaard.
Tegen de beslissing omtrent schadevergoeding staat hoger beroep open bij het Gerechtshof te 's-Gravenhage.
Uitkomst: Het beroep tegen de bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.