ECLI:NL:RBSGR:2000:AA8842
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot heroverweging en voorlopige voorziening inzake verblijfsvergunning Srilankaanse vreemdeling
Verzoeker, een Srilankaanse vreemdeling, diende vanaf 1993 meerdere aanvragen in voor toelating als vluchteling en een verblijfsvergunning in Nederland. Deze aanvragen werden door verweerder afgewezen, waarbij ook bezwaar en beroep werden ingesteld en ongegrond verklaard. Verzoeker stelde dat nieuwe feiten en het gelijkheidsbeginsel toepassing behoefden, en dat hij op grond van het driejarenbeleid recht had op verblijf.
De rechtbank oordeelde dat de aangevoerde gelijksoortige gevallen niet nieuw waren, omdat deze al vóór eerdere procedures bekend waren en verzoeker destijds geen beroep had gedaan. Ook het driejarenbeleid was reeds door de rechtbank beoordeeld en afgewezen, waardoor het besluit onherroepelijk was. De stelling dat de hoorplicht was geschonden werd verworpen omdat bezwaar geen schorsende werking had en geen hoorzitting verplicht was.
De president van de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening af. Er waren geen nieuwe feiten of omstandigheden die heroverweging van het besluit rechtvaardigden. Tevens werden geen proceskosten aan één van de partijen toegewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard en het verzoek tot voorlopige voorziening afgewezen.