ECLI:NL:RBSGR:2000:AA8846
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.M.C. Kolkert
- Rechtspraak.nl
Opheffing bewaring vreemdeling wegens overschrijding maximale politieceltermijn
De vreemdeling werd op 2 juni 2000 in bewaring gesteld op grond van artikel 26 van Pro de Vreemdelingenwet en op diezelfde datum werd zijn uitzetting gelast. De vreemdeling beschikte niet over geldige verblijfs- of identiteitsdocumenten en had onvoldoende middelen van bestaan, wat een ernstig vermoeden opriep dat hij zich aan uitzetting zou onttrekken.
De rechtbank constateerde dat de vreemdeling elf dagen in een politiecel verbleef voordat hij in een huis van bewaring werd geplaatst. Dit overschrijdt de algemeen aanvaarde termijn van maximaal tien dagen in een politiecel, wat de rechtbank onaanvaardbaar achtte zonder exceptionele omstandigheden.
Daarom werd de bewaring opgeheven met ingang van 20 juni 2000. De rechtbank kende de vreemdeling een schadevergoeding toe van 50 gulden voor de extra dag in de politiecel en veroordeelde de Staatssecretaris van Justitie tot vergoeding van de proceskosten van 1.420 gulden, te voldoen aan de griffier.
Het beroep werd gegrond verklaard, waarbij de rechtbank tevens oordeelde dat de Staatssecretaris voldoende voortvarend had gewerkt aan de uitzetting. Tegen de uitspraak staat hoger beroep open bij het Gerechtshof te 's-Gravenhage, voor zover het de schadevergoeding betreft.
Uitkomst: De bewaring van de vreemdeling wordt opgeheven wegens overschrijding van de maximale termijn in een politiecel en er wordt een schadevergoeding toegekend.