ECLI:NL:RBSGR:2000:AA8961
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Koopsompolis met lijfrenteclausule als uitgesteld inkomen bij bijstandsverlening
Eiseres was werkzaam bij een stichting en ontving bijstand op grond van de Algemene bijstandswet (Abw). Na beëindiging van haar dienstbetrekking werd een koopsompolis met lijfrenteclausule ter waarde van f. 25.000,- aan haar toegekend. Verweerder stelde dat deze polis uitgesteld arbeidsinkomen vertegenwoordigt en daarom bij de beoordeling van het recht op bijstand moet worden betrokken.
Verweerder legde aan eiseres de voorwaarde op dat zij binnen een maand tot afkoop van de polis moest overgaan en de netto opbrengst moest inleveren ter verrekening van de bijstand. Eiseres maakte bezwaar en stelde dat zij tijdig alle relevante informatie had verstrekt en dat het verbinden van deze voorwaarde in strijd was met het rechtszekerheidsbeginsel.
De rechtbank stelde vast dat de polis inderdaad uitgesteld inkomen betreft in verband met de beëindigde dienstbetrekking en dat verweerder op grond van artikel 47, tweede lid, Abw verplicht was dit inkomen in aanmerking te nemen. Hoewel de afdeling sociale zaken nalatig was geweest in het uitvoeren van heronderzoeken, leidde dit niet tot schending van het rechtszekerheidsbeginsel. Eiseres had bovendien niet tijdig voldaan aan haar inlichtingenplicht.
De rechtbank concludeerde dat verweerder bevoegd was om de voorwaarde te verbinden aan de bijstand en dat het beroep ongegrond is. Er zijn geen gronden voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de koopsompolis als uitgesteld inkomen in aanmerking moet worden genomen bij de bijstandsverlening.