ECLI:NL:RBSGR:2000:AA8963
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- D. de Loor
- E.R. Eggeraat
- G.S.A. Dijkstra
- Rechtspraak.nl
Vernietiging weigering WAO-uitkering wegens verblijfstatus vreemdeling
Eiser, een Marokkaanse werknemer, werd de WAO-uitkering geweigerd omdat hij niet rechtmatig in Nederland verbleef volgens artikel 3, derde lid, WAO. De rechtbank oordeelt dat deze wettelijke bepaling onverenigbaar is met artikel 41, eerste lid, van de Samenwerkingsovereenkomst tussen de EEG en Marokko, die discriminatie op grond van nationaliteit verbiedt.
Hoewel eiser op de datum einde wachttijd (23 maart 1999) niet beschikte over een verblijfsdocument, verbleef hij rechtmatig in Nederland in afwachting van een beslissing op zijn verblijfsvergunningaanvraag. De rechtbank stelt vast dat de toepassing van de striktere voorwaarden van de WAO leidt tot directe discriminatie die niet gerechtvaardigd kan worden.
De jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen, waaronder de arresten Kziber, Yousfi en Hallouzi-Choho, bevestigt dat het discriminatieverbod ook geldt voor sociale zekerheidsrechten. De rechtbank concludeert dat het bestreden besluit in strijd is met dit verbod en vernietigt het besluit. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot weigering van de WAO-uitkering wordt vernietigd wegens strijd met het discriminatieverbod van de Samenwerkingsovereenkomst.